‘De heersende overtuiging is een beetje dat je wel erg diep gezonken moet zijn als je antidepressiva moet slikken voor een depressie’, zegt dr. Eric Ruhe, psychiater en onderzoeker aan het Raboudumc. ‘Dan is er iets goed mis met je. Volledig onterecht natuurlijk, maar het geeft aan dat er nog steeds veel vooroordelen en onwetendheid rondom depressie zijn.’ Ruhe heeft zich in de afgelopen jaren onder andere gespecialiseerd in recidivering –het terugkeren van een depressie nadat iemand hersteld is (SMARD-studie) – en het verbeteren van de behandeling voor patiënten met depressie met de nieuwe richtlijn. ‘Naast het stigma is misschien nog wel een nog groter probleem dat we daardoor in de laatste jaren enorm bezuinigd hebben op de GGZ. De wachtlijsten worden langer en langer. En het wrange is dat mensen met een depressie in de regel niet de mensen zijn die met hun vuist op tafel slaan. Ze voelen zich vaak zo slecht, schuldig en verwijten zichzelf een last te zijn voor hun omgeving. Dat helpt ze niet verder.’
Bart Groeneweg herkent dit. Hij heeft meerdere depressieve periodes gehad en was tot 2022 bestuurslid van de Landelijke Depressie Vereniging. ‘Ik ben nu ook weer bij de GGZ; niet voor psychische hulp, maar omdat ik mijn medicatie wil afbouwen’ vertelt hij. ‘Daar zijn we inmiddels al anderhalf jaar mee bezig. Ik ben heel positief over de mensen die er werken, maar soms vind ik dat ik langs te veel loketten moet en met teveel verschillende mensen moet praten. Daardoor moet een ander wachten op een behandeling. Het erge is dat het over het algemeen slechter gaat met mensen als ze 3 tot 9 maanden moeten wachten, dat heeft onderzoek ook laten zien.’ ‘Depressie is een ziekte waarbij mensen ervaren dat de controle helemaal kwijt te zijn’, vult Ruhe aan. ‘Met een behandeling kun je mensen echt helpen om van die gedachte af te komen door ze met kleine stapjes te laten ervaren dat er wél wat kan, dat ze wel invloed kunnen hebben. Dat is belangrijk, want op het moment dat ze dat weer ervaren, hoe klein ook, kunnen ze dat verder uitbouwen. Het beste werkt trouwens een behandeling met (bijvoorbeeld cognitieve gedrags-)therapie gecombineerd met medicatie.’ Volgens Groeneweg zijn hoop en perspectief het allerbelangrijkste als je lijdt aan een depressie. ‘Iedereen – je partner, je behandelaar, je moeder – kan tegen jou zeggen: het gaat wel over. Maar je gelooft het gewoon niet. Het is 6 jaar geleden dat ik voor de laatste keer een ernstige depressie had, waarbij ik ook opgenomen ben geweest. In de jaren daarvoor werden episodes steeds langer en kwam ik er steeds moeilijker uit. Wat mij – naast medicatie – heeft geholpen, is dat ik een duidelijk plan heb gemaakt, waar ook mijn vrouw, onze oudste zoon, de huisarts en één heel goede vriend bij betrokken zijn. Eerder hield ik het het liefst zo lang mogelijk verborgen voor mijn omgeving. Ik stap nu heel bewust uit stressvolle situaties, en als ik dat niet snel genoeg doen, wijzen zij me daarop. Ik zou iedereen met een depressie op het hart willen drukken: klop aan, zoek hulp. Naast een behandeling is contact met lotgenoten ook heel belangrijk. Er zijn andere aandoeningen waarbij daar heel veel aandacht voor is, maar in de geestelijke gezondheid is daar nog enorm veel winst te behalen.’ In de nieuwe Multidisciplinaire Richtlijn Depressie staat een heel duidelijk advies om snel te behandelen en vervolgstappen te maken als een behandeling onvoldoende helpt. Een aanpak van ‘doorpakken’ dus. Want dat help tegen depressie. ‘Daarbij moeten we het vooruitzicht niet rooskleuriger maken dan het is,’ besluit Ruhe. ‘We willen mensen realistische hoop geven. Dus niet: het gaat wel over, maar: al wordt het misschien lastig, we gaan samen met jouw behandeling aan de slag.’