1. ‘Let it go’
Makkelijker gezegd dan gedaan, maar: loslaten. Met kinderen zal je niet elke bezienswaardigheid kunnen bezoeken, elk restaurant kunnen bezoeken en een strakke planning kunnen vasthouden. Plan je dagen niet propvol om teleurstelling te voorkomen en behoud ruimte voor spontaniteit – wie weet wat zo’n gezinsvakantie je voor interessants zal brengen.
2. Betrek ze bij de reis
Zijn je kinderen al wat ouder, dan kun je ze betrekken bij het plannen van de vakantie. Waar zouden zij graag heen willen gaan? Vooral bij pubers werkt dit activerend. Vertel kleintjes vooral wat er te gebeuren staat: zij kunnen op vakantie gaan best spannend vinden.
3. Controle, controle, controle
Het klinkt simpel, maar je zal het maar vergeten: check de paspoorten. Zijn ze nog lang genoeg geldig? Voor sommige landen moet je paspoort langer dan een half jaar geldig zijn, anders kom je er niet in. Check ook op tijd of je telefoonbundel in het buitenland werkt en of er nog vaccinaties nodig zijn.


