Wie denkt dat spelen vooral ontspanning is, onderschat volgens Scherder wat er in een kinderbrein gebeurt. ‘Spelen is een vorm van verrijking. Het is nooit precies hetzelfde, je bedenkt steeds nieuwe oplossingen en doet het vaak samen met anderen. Dat maakt spelen zo ontzettend waardevol voor de ontwikkeling van kinderen.’ Tijdens het spelen worden voortdurend hersennetwerken aangesproken. Of een kind nu een hut bouwt, een klimrek beklimt of een toren van blokken maakt: telkens wordt het brein uitgedaagd om creatief te denken, problemen op te lossen en grenzen te verleggen. ‘Die netwerken zijn bij kinderen nog volop in ontwikkeling. Juist daarom willen ze nieuwe ervaringen opdoen.’
Scherm uit en naar buiten
Dat kinderen tegenwoordig veel tijd achter een scherm doorbrengen, ziet Scherder met lede ogen aan. Toch maakt hij een belangrijk onderscheid. ‘Gamen is iets anders dan eindeloos op een telefoon scrollen. Bij een game moet je nieuwe levels halen en blijf je nadenken. Dat kan het brein best uitdagen. Maar doe dat maximaal een uur en ga daarna vooral naar buiten.’
Juist buitenspelen heeft volgens hem unieke voordelen. Kinderen rennen, klimmen, vallen en staan weer op. Ze kijken in de verte, bewegen voortdurend en gebruiken hun hele lichaam. ‘Dat is precies wat een kinderbrein nodig heeft.’


