In Nederland leren we bijna eerder fietsen dan lopen. Zeker in de stad is de fiets vaak het snelste en makkelijkste vervoermiddel, ook wanneer er kinderen mee moeten. Toch staan veel ouders er niet altijd bij stil dat kinderen meenemen op de fiets ook risico’s met zich mee kan brengen. Juist kleine dingen, waar je misschien niet meteen aan denkt, maken vaak het verschil tussen een veilige rit en een ongeluk.
Veilig mee in een zitje
Volgens expert kinderveiligheid Maaike Cornelissen van VeiligheidNL, kenniscentrum letselpreventie, gaat het opvallend vaak mis met kinderen die achter op de fiets zitten. ‘Uit cijfers van de spoedeisende hulp blijkt dat ongeveer 80 procent van de ongelukken met kinderen die op de fiets worden meegenomen te maken heeft met spaakbeknelling’. Daarbij komt een voetje tussen de spaken, wat kan leiden tot pijnlijke verwondingen of zelfs botbreuken.
Spaakbeknellingen zijn relatief makkelijk te voorkomen. ‘Bij de meeste zitjes is spaakafscherming aanwezig. Heb je een ouder zitje en is dit niet zo? Dan kun je zelf platen op de fiets monteren.’ Het gaat echter het vaakst mis als kinderen, meestal incidenteel, op een fiets worden vervoerd zonder spaakafscherming, zoals bij opa of oma achterop. ‘Zijn er wel fietstassen aanwezig? Dat helpt ook om spaakbeknellingen te voorkomen’, geeft Maaike aan. Bij het vervoeren van jonge kinderen speelt ook de plaats op de fiets een rol. Veel ouders vinden het fijn om hun kindje voorop in een fietszitje te vervoeren, dan kunnen ze hun kindje goed zien. Wel is het belangrijk om dat pas te doen als het kindje zelfstandig kan zitten. Dat moment ligt meestal tussen de 9 en 12 maanden. ‘Voor die tijd zijn de rug- en nekspieren nog niet voldoende ontwikkeld om schokken en plotselinge bewegingen op te vangen.’


