We zijn steeds bewuster bezig met voeding: minder suiker, vaker volkoren en genoeg groente. Én toch krijgen we vaak nog te weinig vezels binnen. Terwijl juist vezels een vast onderdeel zijn van een gevarieerd voedingspatroon en volgens het Voedingscentrum bijdragen bij aan een goede darmwerking.
Wat zijn vezels nou eigenlijk?
Voedingsvezels zijn onverteerbare bestanddelen van het voedsel dat je eet. Ze komen vooral uit de celwand van planten en zitten van nature in groente, fruit, volkorenproducten, aardappelen, peulvruchten en noten. Vezels werken een beetje als de stille kracht van je spijsvertering. Ze nemen vocht op in je darmen, ondersteunen een goede stoelgang en helpen je darmen soepel te laten werken. Vezels zijn dus ontzettend nuttig. Maar zelfs als je je best doet, kan het vaak lastig zijn om genoeg vezels te eten. In veel producten zitten namelijk minder vezels dan je misschien denkt. In een volkoren boterham zit ongeveer 2,3 gram vezels. In een banaan 2,9 gram vezels. En in een opscheplepel volkoren pasta ongeveer 2 gram vezels. Het Voedingscentrum adviseert een dagelijkse vezelinname van minimaal 25 gram vezels voor vrouwen en 30 gram voor mannen.


