‘Duurzaam’ betekent volgens de Dikke Van Dale ‘langdurend’, ‘weinig aan slijtage of bederf onderhevig’ en ‘het milieu weinig belastend’. Je belast het milieu zo min mogelijk door niet meer te eten dan je nodig hebt. Daarnaast heeft het ene product meer impact op het milieu dan het andere. Zo helpt het om te kiezen voor plantaardige producten en te minderen met bijvoorbeeld vlees en kaas.
Seizoensproducten
Dat doe je door veel groente en fruit te eten, bij voorkeur seizoensproducten van de plek waar je op dat moment bent. Rond deze tijd van het jaar zijn dat in Nederland bijvoorbeeld aardappelen, wortelen en prei. Maak je een salade? Dan is het voor je voetafdruk beter om te kiezen voor radijsjes dan voor een avocado. Voor avocadoteelt is veel water nodig en de groente moet uit andere landen verscheept worden, voordat jij ze in je maaltje kunt verwerken.
Niet alleen wat je koopt telt mee, ook hoe dit verpakt is. “Die verpakking bepaalt gemiddeld namelijk 10 procent van de impact van een product, verspilling telt voor 15 procent mee”, schrijft het NRC. Zo kun je kiezen voor groenten zonder en met verpakking, zoals bijvoorbeeld de komkommer. “Verpakt in een plastic hoesje blijft de groente zo’n zeven dagen langer goed. Als je daardoor minder weggooit, is de ingepakte variant duurzamer.”