Voor je veertigste in de overgang? ‘Laat onderzoek doen als je klachten hebt’

Vrouwen zijn gemiddeld 51 jaar oud als ze in de overgang komen. Toch kan het ook eerder, of zelfs véél eerder, gebeuren. Zo zijn er vrouwen die voor hun dertigste of veertigste door de vervroegde overgang of premature ovariële insufficiëntie (POI) gaan. Het is belangrijk om te weten wat dit betekent, zodat je op tijd aan de bel kunt trekken.

Ongeveer 1 op de 100 vrouwen komt voor het veertigste levensjaar in de vervroegde overgang, bij ruim 1 op de 1.000 vrouwen gebeurt dit voor hun dertigste. ‘We spreken van de overgang als je een jaar geen menstruatie hebt gehad’, legt Femi Janse uit. Ze is gynaecoloog in Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem en voorzitter van de Dutch Menopause Society. ‘De verschillen per vrouw zijn groot. De één krijgt klachten, de ander niet. Symptomen zijn bijvoorbeeld opvliegers, vermoeidheid en stemmingswisselingen. Maar als je gaat doorvragen passeren nog veel meer klachten de revue: nachtelijk zweten, gewrichtsklachten, haaruitval, een droge huid, van alles en nog wat.’

Vervroegde overgang

Als je jonger bent dan veertig en je cyclus blijft uit, is het verstandig om een afspraak te maken bij de huisarts. ‘Er kunnen verschillende oorzaken zijn. Klachten kunnen bijvoorbeeld ook komen door problemen met de schildklier. Het is belangrijk om dit uit te laten zoeken. Als je POI hebt en daardoor weinig oestrogeen aanmaakt, heeft dat gezondheidsrisico’s. Dat kan zorgen voor een lagere botdichtheid en dat leidt op de lange termijn tot botontkalking. Ook zijn er aanwijzingen dat vrouwen die vervroegd in de overgang gaan vaker hart- en vaatziekten krijgen. Dit is de reden dat voor deze groep vrouwen het starten van hormoontherapie noodzakelijk is.’

“Als je POI hebt en weinig oestrogeen aanmaakt, heeft dat gezondheidsrisico”s”

Lotgenotencontact

De impact van POI is vaak groot. ‘Voor vrouwen met een kinderwens is het ineens heel erg lastig om zwanger te worden. Als je al een gezin hebt, is het ook heftig. Dit komt weinig voor en vriendinnen zitten vaak in een heel andere fase.’ Daarom is het volgens Femi belangrijk om hulp te zoeken. ‘Laat je controleren, blijf het gesprek aangaan met de gynaecoloog en als je daar behoefte aan hebt is lotgenotencontact mogelijk.’

Lees ook