“Ik had altijd al de typische ADHD-klachten: ik was bewegelijk, kon niet stil zitten en moest altijd vermaakt worden”, vertelt Linda. “Mijn moeder ging met mij naar de dokter. Ik bleek ADHD te hebben en kreeg pillen.”
Maar dat bevalt niet goed. “Mijn persoonlijkheid veranderde en werd afgevlakt. Dus stopte ik met de pillen en kwamen we in het alternatieve circuit terecht. Ik modderde maar wat aan. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, gingen de remmen los. Ik was een verschrikkelijke puber met enorme woede-uitbarstingen. Soms sloopte ik het hele huis.”
Op haar achttiende leert Linda haar huidige man kennen. “Ik wilde nog één keer met een psycholoog praten, omdat ik wist dat er iets niet helemaal goed ging in mijn hoofd. Het was een grote chaos. Mijn gedachten stonden nooit stil en ik kon me vreselijk druk maken.” Een paar jaar later komt ze terecht bij psychiater Mireille Boerma. “Ik had al een aantal psychologen versleten, maar eindelijk voelde ik me gehoord. Ook Mireille stelde de diagnose ADHD. Ik moest vreselijk huilen, maar was ook opgelucht: nu had ik definitief duidelijkheid. Van hieruit konden we verder werken.”